Posts tonen met het label Flitsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Flitsen. Alle posts tonen

27 maart 2026

Flitsen bij zonnig weer

Meestal gebruik je een flitser als er niet genoeg licht is. Andere redenen om een flitser te gebruiken zijn: om beweging te fixeren of om het contrast tussen licht en donker beter onder controle te hebben. Over het laatste gaat dit verhaaltje. 

Bij felle zon is het verschil tussen belichting van objecten in de zon of in de schaduw heel groot. Gevolg is dat op een foto objecten in de schaduw nauwelijks zichtbaar zijn en dat schaduwen bijna zwart lijken. Bij het fotograferen in Peru op grote hoogte en een staalblauwe hemel had ik daar last van (zie dit verhaaltje). In Nederland gebeurt dat natuurlijk ook bij een onbewolkte hemel (komt minder voor). Tijdens het bewerken van de foto’s kun je daar wel wat aan doen door de Hoge Lichten wat dempen en de Diepe Schaduwen wat op te krikken. Het nadeel is dat de foto daardoor wat vlakker wordt. Een flitser kan de oplossing bieden voor objecten in de schaduw.

Bij felle zon zijn schaduwen heel donker

Het idee is als volgt. De felle zon is zo dominant dat de camera de belichting van de sensor sterk verminderd (bij diafragma-voorkeur gebeurt dat door een kortere sluitertijd te kiezen). Gevolg is dat de schaduwen nog donkerder worden. Het licht van de zon noemen we omgevingslicht. Het licht van de flitser noemen we flitslicht. De uitdaging is het omgevingslicht en het flitslicht op een mooie manier te mengen. Dit doen we door het diafragma en de sluitertijd te veranderen. 

Om te begrijpen hoe we dat moeten doen, moeten we de eigenschappen van het omgevings- en flitslicht begrijpen. Het omgevingslicht is er continu en het flitslicht is er maar heel even. Door de sluitertijd te veranderen, veranderen we niks aan de hoeveelheid licht van de flitser op de sensor omdat de flits extreem kort is. Wel aan de hoeveelheid licht van de omgeving op de sensor. Door het diafragma aan te passen bepalen we hoeveel omgevings- én flitslicht samen op de sensor valt. 

Dus, door de sluitertijd te verhogen geven we voorkeur aan het omgevingslicht. Door de lens open te zetten (lager diafragma-getal) geven we voorkeur aan het flitslicht. Kort gezegd, met de sluitertijd regel je het omgevingslicht en met het diafragma het flitslicht

De richting van het licht, omgeving of flits, is ook belangrijk  

   

Links met flitser op de camera, rechts met externe flitser rechts van de camera (ongeveer zelfde richting als de zon, echter veel lager en zodanig dat een groter deel van het gezicht belicht wordt). Links is wel goed belicht, echter, de structuur van het gezicht is verloren gegaan. Rechts zie je meer diepte in het gezicht.

Het is nu aan de fotograaf om te bepalen wat een mooie mengeling is van de twee lichten. Experimenteer er eens mee en zie hoeveel controle je over het licht hebt. 

Als je meer wilt weten over flitsen lees dan ook dit verhaaltje.

De foto's zijn van het gezicht van een beeld van het Duivelshuis in Arnhem.

Duivelshuis in Arnhem 


20 februari 2026

Flitser op je camera, of juist niet

Om het ons gemakkelijk te maken als er niet genoeg licht is, hebben kleine camera’s, bijvoorbeeld je smartphone, een ingebouwde flitser. Heel handig. Je hoeft niks extra’s mee te nemen en als er te weinig licht is, staat je flitser al meteen klaar. Het gaat meestal om flitsers met een laag richtgetal (meestal 12 of minder, dus niet zo krachtig). Het richtgetal is gelijk aan afstand * diafragma bij ISO 100. Met een richtgetal van 12 en een diafragma van f/8 kom je niet verder dan 1,5 meter. Met een hogere ISO-waarde kun je de afstand wel vergroten. Mijn eigen camera stelt, als ik ga flitsen, al vanzelf een veilige waarde van ISO 400 in.

Camera’s die geen ingebouwde flitser hebben hebben een hotshoe waarop je een flitser kunt plaatsen. Hier kun je zelf voor een flitser met een hoger richtgetal kiezen. Met mijn Nikon D800 had ik verschillende flitsers, SB-800 (richtgetal 38) en SB-910 (34/48). Beide zeer krachtige flitsers (worden trouwens niet meer gemaakt), die ik ook voor modelfotografie gebruikte. Bij mijn overstap naar de Nikon Z5 heb ik die ingeruild omdat ik ze niet meer nodig had. Ook mijn studiolichten en -apparatuur heb ik toen weggegeven.

Direct flitsen

Direct flitsen met een flitser op je camera heeft als nadeel dat het alle schaduw uit bijvoorbeeld een gezicht haalt (paparazzi-stijl). Waardoor het platter lijkt. De diepte verdwijnt uit de foto. De meest voor de hand liggende oplossing is indirect flitsen via het plafond of een muur. Het heeft het bijkomende voordeel dat de lichtbron veel groter wordt (een heel plafond) en daardoor wordt het licht veel minder hard. Ik laat de flitskop iets naar achteren wijzen omdat je vaak de camera wat schuin naar beneden houdt. Dan wijst de flitskop precies naar het plafond.

Indirect flitsen

Andere oplossing is —als er geen plafond of muur in de buurt zijn— de flitser van de camera te halen en bijvoorbeeld met je linkerhand wat hoger in de lucht te houden. Het lijkt dan net alsof er vanaf links boven zonlicht op het gezicht valt (Rembrandt belichting). Dat brengt wat schaduw in het gezicht en ziet er dan veel natuurlijker uit. Misschien moet je een diffuser op de flitskop zetten, want het is toch weer direct flitsen, alleen vanuit een andere richting. Zelf houd ik mijn arm voor mijn borst langs zodat ik mijn camera er op kan leggen. De flits komt dan van rechts en minder hoog. Ook gebruik ik een diffuser.

Diffuser om licht te spreiden

Om een externe flitser aan te kunnen sturen moet je wel een transmitter op de camera zetten en een receiver onder de flitser. De systemen zijn tegenwoordig zo slim dat het qua instellingen geen verschil uit maakt of de flitser op je camera zit of extern is.

   

Zelf heb ik sinds kort de Godox iT32 & X5. Het is een eenvoudige, kleine krachtpatser (richtgetal 18) die naadloos overgaat van flitser op je camera, iT32 en X5 samen (links), naar een externe flitser iT32 met de X5 als transmitter op je camera (rechts). Slim bedacht, slechts de X5 is dus afhankelijk van het merk van de camera. Auto ISO werkt nog niet goed. Echter bij vaste ISO op bijv 400 werkt het perfect.

Externe flitser en transmitter op camera

Bij elkaar wegen de iT32&X5 slechts 88gram, inclusief de ingebouwde batterijen! Mijn andere flitser, de SB-500, weegt 270gram, inclusief de losse batterijen. Grotere flitsers zijn natuurlijk nog zwaarder. De iT32&X5 is, gezien het kleine formaat, ideaal om in je jaszak mee te nemen. Een echte aanrader.  

11 mei 2024

Schrijven met licht

Fotograferen betekent letterlijk schrijven met licht. Daarom een goed idee om eens wat meer aandacht aan licht te besteden. We zijn zo gewend dat er licht is dat we het als vanzelfsprekend nemen. 

Onze normale lichtbron is de zon. Omdat de zon ver weg staat is het voor fotografie een kleine lichtbron met hard licht en scherpe schaduwen. Midden op de dag zijn de schaduwen klein en ‘s ochtends en ‘s avonds zijn ze lang. Dat geeft een heel dramatisch effect.

Lucht is grauw en saai

Wat vaak gebeurt, is dat er wolken voor de zon komen. Bij bewolkt weer is de lichtbron (het wolkendek waarachter de zon is) juist heel groot geworden en zijn de schaduwen nagenoeg verdwenen. Voor fotografie heeft dat de volgende betekenis:

  • Het licht is wat zachter, de overgang tussen licht en schaduw is geleidelijker.
  • De foto’s zijn daardoor wat saaier, je mist een zekere pittigheid doordat er minder contrast is tussen licht en donker. Ook de kleuren zijn minder sprekend. 
  • De bewolkte lucht vormt een groot wit vlak met het risico dat de lucht overbelicht is. Ook de donkere delen van de foto hebben een kans op onderbelichting.
  • Alhoewel met nabewerking van RAW-foto’s er veel te corrigeren is, is dit een mooi moment om details te fotograferen. Bijvoorbeeld, niet de kerk met veel lucht, maar de mooie houten deuren van de kerk.
Als je een flitser gebruikt geldt precies hetzelfde als met de zon. De flitser is een kleine lichtbron. Direct flitsen geeft hard licht en lelijke schaduwen. Indirect flitsen via bijvoorbeeld het plafond is hetzelfde als fotograferen met bewolking. Dus uitkijken dat het plafond niet op de foto staat. 

Golden hour aan Noordzee strand

Je hebt vast en zeker eens van golden hour gehoord. Of misschien ook van blue hour. Golden hour is het uur ná zonsopkomst en het uur vóór zonsondergang. Het licht is dan warm en alles krijgt een gouden gloed. Ook zijn de schaduwen lang en veranderen snel. Zeker aan de kust met zonsondergang een mooi moment om foto’s te maken. Eerlijkheidshalve, ik heb nog nooit foto’s gemaakt rond zonsopkomst. 

Blue hour is het uur vóór zonsopkomst en het uur ná zonsondergang. De lucht heeft dan een intense blauwe kleur. Het is een periode van de schemering en duurt helemaal niet zo lang, zeker geen uur.

Nu je wat meer weet van licht is het tijd om wat te experimenteren. Veel plezier!



13 januari 2024

Flitsen is niet moeilijk

Meestal maak ik foto’s bij natuurlijk licht. Met een flitser werken vond ik heel moeilijk totdat ik het boek The Hot Shoe Diaries:Big Lights From Small Flashes door Joe McNally had gelezen. Waarschuwing: het kost best wat moeite om door zijn “slang” heen te komen, echter, hij geeft veel inzicht in hoe je met een kleine flitser licht in de duisternis kan creëren. Nando Harmsen is misschien wat toegankelijker: Hoe een flitser werkt en Technieken bij het flitsen.

Camera en flitser zijn slim

Als je de flitser op de camera zet dan staat de flitser waarschijnlijk al op DDL (Door De Lens, in het Engels: TTL). Dat betekent dat de camera door de lens kijkt hoeveel licht hij van de de flitser nodig heeft. Voor gewoon gebruik van de flitser is dat voldoende  

Lichtbron vergroten

Om te beginnen moet je je realiseren dat zo’n kleine flitser direct gericht op je onderwerp heel scherpe schaduwen geeft. Ook beslist de camera om minder flitslicht af te geven. Je onderwerp is namelijk al belicht.

Direct flitsen, sluitertijd 1/60sec

Om die schaduwen wat zachter te maken en wat meer flitslicht te krijgen moet je je lichtbron vergroten. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. De eerste is je onderwerp indirect te belichten door de flitser te richten op het plafond of een muur. Het plafond is de nieuwe lichtbron en omdat deze veel groter is worden de schaduwen zachter. Het enig nadeel van het plafond gebruiken is dat het licht van boven op het onderwerp valt. Als dat een persoon is dan zijn de oogholte donker vergeleken bij de rest van het gezicht. Daarom is het vaak beter om indirect te flitsen via een muur.  

Flitsen via plafond, sluitertijd 1/60sec

Een tweede manier om de lichtbron te vergroten wordt gebruikt voor flitsers op een statief, dus niet op de camera. Je plaatst de flitser in een softbox of laat hem schijnen in of door een paraplu. Ook in dit geval is de lichtbron groter en zijn de schaduwen zachter.

Diafragma en sluitertijd

Meestal zet ik de camera in de M-stand zodat ik zowel het diafragma als de sluitertijd kan instellen. Met het diafragma bepaal ik de gewenste scherptediepte en de hoeveelheid licht dat op de sensor valt. De flitser en de camera bepalen de belichting van het onderwerp. De flitstijd is veel korter dan de sluitertijd, dus de flits fixeert het onderwerp. Dus de sluitertijd doet er niet toe om bewegingsonscherpte te vermijden, dat doet het flitslicht. Met een langere sluitertijd kunnen we wel de achtergrond wat minder donker maken. 

Direct flitsen, sluitertijd 1sec

Eerste of tweede gordijn

Als je voor een wat langere sluitertijd kiest en je onderwerp beweegt behoorlijk dan ga je dat wel zien. Het is trouwens best leuk om de beweging van bijvoorbeeld een persoon zichtbaar te maken (de beweging is onscherp door de lange sluitertijd) en de persoon is wat scherper door de korte flits. Je kunt kiezen om de flits aan het begin (eerste gordijn) of aan het eind (tweede gordijn) te hebben. Je kunt dat in de camera instellen.

Eerst gordijn: beweging na flits
geeft een verwarrend beeld

Het mooiste is om de onscherpe beweging naar het wat scherpere beeld van de persoon te laten gaan. Dat betekent dat de flits aan het eind moet komen, oftewel het tweede gordijn.

Tweede gordijn: beweging voor de flits
geeft een normaler beeld

Portretfotografie

Nadat ik een beetje door had dat met een flitser werken best leuk was, ben ik met meerdere flitsers gaan werken. Heb toen een paar jaar met veel plezier portretfotografie gedaan.

Tot slot

Ik hoop dat ik jullie een beetje enthousiast gekregen heb voor het gebruiken van een flitser. Het is echt niet moeilijk. Veel succes!

Zie ook peter.apers.nl


02 september 2023

Scherptediepte en Ringflitser

Als er voldoende licht is is het leuk om met een kleine scherptediepte te werken. Bij te weinig licht krijg je te maken met een langer wordende sluitertijd en een stijgende ISO-waarde. Dit wordt nog sterker als je het diafragma verkleint (minder licht doorlaten met gevolg een grotere scherptediepte). 

De eerste foto heeft een diafragma van f/3.2, dit geeft op een afstand van 30cm met een 105mm macrolens een scherptediepte van 1mm, je ziet dan ook dat veel van de bloemetjes onscherp zijn.

Met een flitser is het mogelijk om de sluitertijd en ISO-waarde hetzelfde te houden als bij de eerste foto (1/60 sec en 100). Omdat het object dichtbij is moet je wel een ringflitser gebruiken. Met een gewone flitser gaat alle licht over het object heen. De tweede foto heeft een behoorlijk kleiner diafragma, f/29. Dit geeft een scherptediepte van ongeveer 1cm. Bijna alle bloemetjes zijn nu scherp.

f/3.2 met scherptediepte 0,1cm

f/29 met scherptediepte 1cm

Zie ook peter.apers.nl